Ik denk dat ik er eigenlijk nooit tegen kan. Maar normaal gesproken is het mijn rol om er iets van te zeggen.

Leven met milde longcovid

Wat niet meehielp was dat ik moe was.

Uitgeput, is een betere omschrijving.

Ik kan goed leven met mijn longcovid, maar te veel doen en -vooral- te veel stilstaan eist nog steeds haar tol. Ik had noodgedwongen de dag ervoor te lang stil moeten staan. Een zeldzame situatie vroeg erom, en ondanks mijn longcovid en mijn psychische problemen ben ik bovenal een professional ben en stond daar dus.

Dag erna was ik moe. Uitgeput.

Onder normale omstandigheden had ik ervoor gekozen om een dag rustig aan te doen. In bed te liggen, toe te geven aan de uitputting. Mijn benen hoog, paracetamol dichtbij, en -en alleen dan- als mijn lichaam het toe zou staan, me verplaatsen naar de bank.

Dus ik was die trainingsdag moe. Uitgeput. En als mijn lichaam uitgeput is, dan doet mijn lichaam pijn. Dus nam ik paracetamol, stopte een doosje in mijn tas en fietste ik naar de trainingslocatie. Zodat ik niet last minute de training hoefde af te zeggen.

Achteraf was dat de verkeerde beslissing. Misschien. Maar ik denk dat ik er eigenlijk nooit, onder welke omstandigheid dan ook, echt tegen kan.

Als ervaringsdeskundige niet de rol is

De training werd gegeven door het type ruwe bolster, blanke pit. Mijn vijf medecursisten waren uit hetzelfde hout gesneden. Er werden ruwe grapjes gemaakt. Waarschijnlijk de copingmechanismen van beveiligers en brandweerlui. Hun manier om om te gaan met hun rauwe, professionele realiteit.

Normaal had ik er wat van gezegd. Ik kan mensen met één scherpe opmerking, met één zwarte grap, met één verwijzing naar mijn geschiedenis op hun plaats zetten. Hen laten weten dat dat soort grappen niet kunnen. Stigmatiserend zijn. Kwetsend zijn voor ons ptiënten.

Maar het was die dag mijn rol niet. Ze wisten niet dat ik óók nog werkte als ervaringsdeskundige. Ze wisten alleen dat ik die andere professional was, doodmoe door de professionele inzet van de dag ervoor. Uitgeput.

Omgaan met stigma op de werkvloer

Het eerste uur ging nog wel. Ik negeerde de grappen over suïcidale mensen.

Het tweede uur beet ik op mijn lip. Bij de opmerkingen over ramen die niet open konden.

Het derde uur zorgde het masker ervoor dat ik de cursusinstructies minder hoorde. Het evacuatiematras was zo handig om ze naar de separeer te brengen. Ze konden geen kant op.

Toen was het tijd voor lunch. Grapjes over prikken in billen. Over tijden dat je binnen moet zijn. Over het (niet) hebben van vrijheden.

Ik brak. “Ik vind het niet fijn om het hierover te hebben.” “Hoezo niet?” “Omdat ik de patiënt was.”

Omdat ik de verhalen van mijn lotgenoten ken. De iatrogene schade die zij hebben geleden aan de patiëntkant. Hun herinneringen die nog dagelijks voor nachtmerries zorgde. Huilend liep ik weg.

Het was niet mijn rol die dag. Maar ik speel mijn rollen niet. Mijn rollen zijn altijd bij me. Mijn ervaringen, mijn ervaringskennis.

Wat doe jij als men je rol niet kent, maar die rol onverwacht wèl gespeeld moet worden?

Foto: Eric van den Bandt

Mijn naam is Lonneke. Ik heb een geweldige loondienstbaan en naast mijn baan werk ik als ervaringsdeskundige. Ik geef gastlessen, lezingen. Ik schrijf blogs, ik schreef een boek en doe aan belangenbehartiging. Altijd met een vleug humor, en altijd destigmatiserend.

Vandaag schrijf ik over een gebeurtenis van een paar weken geleden. Toen ik een training volgde, zonder dat iemand wist dat ik óók een ervaringsdeskundige ben. Want dat ben ik, iedere dag van mijn leven.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *