Een lentedag

Mag ik je meenemen en wijzen op alle mooie dingen? Op alles waarvan ik geniet? Het is koud, dus trek een warme jas aan. Het heeft geregend, dus trek stevige wandelschoenen aan. Ga je met me mee naar Cronesteyn?

Hoor je het geluid van de vogels al? Ik wel. Ik hoor ze zelfs door de ramen heen. Ben je er klaar voor? Mijn sleutels rinkelen vrolijk als ik ze uit mijn lade haal. De voordeur speelt zacht een lied als ik hem open en weer dicht doe.

Een verdwaalde sneeuwvlok dwarrelt op mijn neus om vervolgens snel weg te smelten. Ik kijk even omhoog en verwonder me over de paar vlokken die het aandurven om in de stralende zon naar beneden te zweven.

Er zijn niet veel mensen op straat. De enkeling die ik tegen kom glimlach ik vriendelijk terug. Mijn vingers voelen de snijdend koude wind langs zich strelen. Het is heerlijk, maar toch fijn dat ik mijn zachte, bordeauxrode handschoenen heb mee genomen.

Hoor je hoe de brug klinkt onder onze voeten. Het schelpenpad kraakt en de bruggen zijn een beetje glibberig. Voel je hoe de modderige grond  van de landen achterin soppen. Hoe de drogere delen zachtjes meeveren in je trend.

Kijk, die boom is al helemaal uitgelopen, en die andere boom is al helemaal in de knop. Die daar staat nog in bloei. Het fluitekruid groeit harder dan het gras en het riet staat alweer 10 centimeter hoog. Hoe lang zal het nog duren tot hij hoger staat dan mij?

Over de graslanden jagen de schaduwen van de wolken voorbij in het straffe ritme van de wind. Zie je de rimpels op de sloten? De wolken en het schitterende zonlicht worden erdoor weerspiegeld. Een wilde gans, met haar vele kleuren, maakt een noodlanding en spettert het water omhoog.

En bij de Tuin is er koffie om je handen aan te warmen. Luwte tegen de wind zodat je sjaal af en je jas open kan. Het is een koude aprildag, maar het is lente. Lente in Cronsteyn en lente in mijn hart.

Weet je, ik wil je dat allemaal laten zien en voelen omdat ik het al zo lang niet gevoeld hebt. Ik wil je laten weten hoe bijzonder het is om dit allemaal te voelen. Want depressie is niet ongelukkig zijn, het is de afwezigheid van gevoel.

Hopelijk blijf ik me nog lang verwonderen over alles waar ik van geniet. Hopelijk went dit nooit. Hopelijk word ik nooit meer depressief.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *