Baliedame

“Goedendag, kunt u een taxi voor mij bellen?” Ik kijk de vriendelijke dame achter de balie aan. Het is mij zojuist gelukt om in het LUMC de grote hal te vinden. Met mijn hand leun ik op de rand van de balie.

“Natuurlijk, dat is geen enkel probleem. Waar wilt u naartoe?” Ik kijk de dame aan en denk heel erg hard na. Ik denk terug aan het afscheid dat ik net nam van de arts-assistent van de neurologie. Ze vroeg me toen of ik het ging redden om thuis te komen.

“Naar huis,” zeg ik tegen de baliemevrouw. Ik besef dat dit niet het antwoord is waarop zij hoopte, maar

wat mijn adres is weet ik eerlijk gezegd niet

Ik probeer mijn wijk te visualiseren, mijn huis. Dat helpt me als ik last heb van woordvindingproblemen. Nu helpt het niet.

“Kom anders even naast me zitten, achter de balie.” Ze wijst naar de stoel naast haar.

Opgelucht haal ik adem. Ik mag een stukje gaan lopen en gaan zitten. Als ik zit bedenk ik dat ergens op mijn crisiskaart ook mijn adres staat. Ik zoek mijn kaartje en haal hem met veel moeite uit mijn hoesje. Ik probeer op te zoeken waar mijn adres staat, maar ook op het kaartje kan ik het niet vinden.

“Het adres moet er ergens opstaan,” zeg ik hulpeloos terwijl ik haar het kaartje geeft. Ze bekijkt het kaartje en geeft mijn naam en mijn adres door aan de taxicentrale. Terwijl ze mijn achternaam en straatnaam noemt, heb ik een ‘oh, ja’ ervaring.

Dat is inderdaad mijn achternaam, en dat is inderdaad de straat waar ik woon

Ik probeer uit te leggen waarom ik me zo doodmoe voel als hoe ik me voel. Dat die test die ik bij de neuroloog had, 10 minuten staan en even later 15 minuten staan, eigenlijk een onmogelijke opgave was. Dat ik dingen vergeet als ik moe ben. Brainfog heet het, maar dat woord kan ik op dat moment niet bedenken. Sowieso bevatten mijn zinnen soms wat rare woorden omdat ik het bedoelde woord niet weet.

“Wij zijn hier wel wat gewend, hoor,” zegt ze met een lach.

“Het is vooral zaak dat je veilig thuis komt.”

Tien minuten later komt de taxi. Ik vraag of ik voorin mag zitten omdat ik bang ben dat ik wagenziek word. In de auto besef ik pas goed hoe beangstigend de situatie voor mij was. De kanteltafeltest had er harder ingehakt als dat ik had verwacht. En ik had echt heel wat verwacht van dit onderzoek naar mijn hypostatische intolerantie, een restverschijnsel van longcovid. Dat is een soort van allergie voor staan. Ik loop liever twee verdiepingen de trap op dan dat ik tien minuten moet staan.

Wauw, ik ben nog nooit zo blij geweest dat ik met kerst absoluut niets te doen heb, anders dan puzzels maken, rusten, films en series kijken, lekkers van de Franse bakker eten en mentaal dit angstige dieptepunt weer te boven komen.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *