Hypomaan

Als ik hypomaan ben, schrijf ik ook columns. Helaas komen ze dan door al die onshamenhangendheden en breedsprakigheid niet door de columnclubjury heen. Ik schrijf namelijk niet alleen mijn columns voor mezelf en voor jullie, maar eens in de maand komen we met clubje GGz-columnisten bij elkaar en dan bespreken we de columns die we afgelopen maand hebben geschreven. Als zij hun goedkeuring hebben gegeven durf ik de column verder en beter uit te werken en on-line te plaatsen. Ik zet ook weleens columns zomaar, zonder goedkeuring, online, maar columns waar ik over twijfel gooi ik eerst in de groep. En door die kritische jury komen mijn hypomane columns meestal dus niet.
Daarom schrijf ik dus vaker over depressie dan over hypomanie. Hypomanie is ook best een moeilijk en ingewikkeld onderwerp vind ik, ook voor mezelf. Iedereen heeft weleens een rotweek, of een rotmaand. De meeste mensen kunnen zich op één of andere manier wel voorstellen wat een depressie zou moeten kunnen voelen. Oké, niemand die niet depressief is-ook ik niet op dit moment-  weet hoe ontzettend verlammmend en naar een echte depressie is. Dat verlammende en overweldigende is wel een beetje het kenmerk van een echte depressie, tenminste één van de mogelijke kenmerken.
Manie is anders, is moeilijker te beschrijven. Ik noem het weleens het gevoel van verliefdheid. Het is tomeloze energie. Het is heerlijk, het is anders, het is vlinderen, het is vliegen, het is… nou ja, ik ben nog nooit manisch geweest, alleen nog maar hypomaan. En ik doe altijd heel erg hard mijn best om dat zo te houden.
Ik begrijp hypomaniën niet. Ik begrijp niet waarom ik vuilniszakken koop terwijl ik nog drie rollen in de la heb liggen. Ik begrijp niet waarom ik heerlijke, veels te dure doucheschuim koop terwijl ik nog vier flessen van mijn vorige hypomanie heb staan. Ik begrijp niet dat ik een champignonplantage moet kopen. Ik begrijp niet dat zelfs als ik mijn bankpasje tevoorschijn tover en ik weet dat de enige reden dat ik 200 bloembollen ga kopen hypomaan zijn is, ik toch mijn pincode in toets en op ‘ja’ druk.
Want er zijn verschillende soorten hypomaniën voor mij. Er is de eufore, verliefde hypomanie. Er is de ontstemde hypomanie. Er is de gemengde hypomanie. De eerste is leuk, de tweede is angstig, de derde is gevaarlijk.
Wat ze delen is het razende tempo van gedachten, de enorme woordenstromen, de impulsiviteit en de afname van mijn slaap. Wat ze ook delen is dat ze zich in deze volgorde afspelen. Als ik mijn hypomanie niet tem, dan wordt het per definitie een gemengd beeld. Vandaar dus ook dat ik al tijdens mijn allerleukste hypomanie, de tijd waarin hoe meer je doet hoe leuker het wordt geldt,  ik al heel erg hard mijn best doe om mijn hypomanie te temmen. Het gemengde beeld beschouw ik als mijn helste hel. En gelukkig realiseer ik me dat nog altijd wel tijdens die hypomane hypomanie.
Het is alleen wel een beetje lastig omdat ik eigenlijk zelf nooit echt door heb dat ik hypomaan ben. Andere mensen die mij kennen hebben het wel door. ‘Veel kletsen’ is bij mij niet echt een critereum, want dat kan ik altijd behoorlijk goed. Alleen als ik hypomaan ben kan ik het nog echt veel beter. En ik zit nu eenmaal op sommige dagen veel meer op facebook dan op andere dagen. Mijn zus heeft het daardoor gewoon veel eerder door dan dat ik het heb. En als het aan weer aan het afnemen is, als ik het weer onder controle krijg, dan heb ik de mening van anderen nodig om te kijken of het daadwerkelijk afneemt, of beter nog dat het over is.
Het enige waaraan ik het zelf merk is het aantal uur slaap. Ik ken mezelf, en hou dus elke dag keurig bij hoeveel uur ik heb geslapen de nacht ervoor. Ik heb negen of tien uur slaap nodig. Een paar nachten van acht uur trek ik ook nog wel een paar dagen. Maar zodra ik een ‘7’ opschrijf in mijn stemmingsdagboek, dan weet ik dat ik op dat moment hypomaan ben. Ik kan dus in één nacht hypomaan worden, dat schijnt ook erg bijzonder te zijn. Maar terwijl ik weet dat ik na een nacht zeven uur toch echt aan de pammetjes moet, tuin ik nog regelmatig in deze valkuil omdat ik denk dat ik het nog wel redt. Niet dus.
Na wederom een zware depressie is het nu tijd om voor de verandering eufoor hypomanaan te zijn. Ik genoot er zo ontzettend van. Zo’n gelukzalig gevoel, na het klimmen uit weer een ontzettend die dal. Dat had ik verdiend, daar mocht ik nu eens van genieten. Ik wilde er geen afscheid van gaan nemen. Niet na dat dal. Niet toen het acht uur ’s avonds en pillensliktijd was. Niet toen het om tien uur ’s avonds bedtijd was. Daarom ging ik lekker verder met het schilderen van de deuren.
Op internet zocht ik mijn lotgenoten op. Ik wist echt wel heel erg goed wat ik eigenlijk zou moeten doen. Twee oxazepam erin, douchen en naar bed. Maar ik wilde het horen van iemand die mij niet zo veroordelen, zoals mensen die het niet begrijpen kunnen zeggen: ‘ga gewoon naar bed.’  Dat is precies hetzelfde als zeggen tegen iemand die depressief is ‘ga gewoon leuke dingen doen.’ Uiteindelijk nam ik -wijs en verstandig- uiteindelijk vier uur te laat mijn pillen en lag ik drie uur te laat in mijn bed.
Elke dag erna lukte het me om wat meer controle te krijgen, om beter minder dingen te ondernemen, en om controle te krijgen op mijn uren slaap. En inmiddels is het hoogtepunt voorbij. Ik voel de licht angstige, druk op mijn borst die ik ken uit eerdere gemengde hypomaniën.
En nu het eufore op zijn retour is, rest mij niets anders dan de aankomende gemengde episode op te vangen. Meebuigen met mijn stemming. De gevoelens die mijn hypomanie heeft weggedrukt, toe te laten. Ook deze dagen, deze gemengde episode, zal ik dan ook wel weer overleven…

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *