Levensmoe

Als ik op de bank plof ben ik moe.
Op mijn werk heb ik mee gelachen. De grapjes van mijn collega’s. Emotionele kinderpraat bij het koffie-automaat. Roddelend lunchen. Rijdend naar huis raakt mijn hoofd leeg. Er komt een angstaanjagende stilte over mij.
En als ik de bank plof ben ik moe. Ik haal de kinderen van de oppas. We zingen samen liedjes en ik hoor hun kinderproblemen aan tijdens het koken. We eten en ik leg ze in bed.
En ik plof op de bank. Ik ben moe. De afwas staart me aan. Mijn wasmanden staren me aan. De gevouwen was, de schone was, de natte was, de vuile was. Mijn tuin moet nog winterklaar worden gemaakt. Ik heb al weken het gras niet gemaaid. Het onkruid profiteert van de natte, warme dagen. Ik vond het altijd zo fijn om te werken. De vloer moet worden gestofzuigd, de vlekken zeggen dat ik moet dweilen. En het toilet is ook al weken niet gedaan.
Ik ben moe, zoals alle moeders. Moe van de volle dag. En als moe ben wil ik naar bed. En als ik in bed lig wil ik er nooit uit komen.
Maar als ik mijn kussen aanraak kan ik niet slapen. Mijn gedachten overheersen mijn hoofd. Ik wil niet nooit meer uit bed komen. Ik ben meer dan moe van de dag. Ik ben moe van mezelf. Ik wil nooit meer wakker worden.
Niemand die het ziet. Niemand die het merkt. Elke dag opnieuw. Ik voel mij hierin alleen. En ik weet dat velen dat voelen. Het troost me niet.
Boven trippelen voetjes. Ik sta op van de bank. Mijn jongste heeft een zwarte droom. Ik kus hem weg en kruip ook in bed.
Morgen zal ik opstaan. Ik zal de kinderen aankleden en naar school brengen. Dan zal ik naar mijn werk rijden. Ik zal lachen om grapjes, meepraten over kinderen en roddelen. En thuis zal ik weer op de bank ploffen. Moe.
Maar tot dan mag ik slapen.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *