Egotripperij

Tijdens een depressie kan een beetje egotripperij geen kwaad. Dus als je dan door het college voor de rechten van de mens wordt uitgenodigd de eerste versie van een schaduwraportage te bekritiseren dan sla je dat uiteraard niet af. Een beetje egotripperij gecombineerd met netwerken (mijn andere hobby), ervaringen uitwisselen en een overheerlijke lunch in een luxe hotel zijn een prima alternatief dan op de bank voor je uit staren.

In de trein lees ik de ruwe, eerste versie. In de aanbevelingen en voorbeelden las ik quotes die erg dicht bij mijn waarheid komen. Toch fijn dat ik blijkbaar met iemand anders volledig op één lijn zit.

Na de reis, met veel te veel prikkels (ondanks mijn magische koptelefoon en eerste klas treinticket), heb ik een compleet gebrek aan overzicht kunnen houden. Uiteindelijk zie ik in de ruimte voor de ochtendworkshop als eerste een grote foto van mijzelf. Dat is waar ook. Anderhalve maand geleden heb ik Ieder(in), de organisatoren van deze dag, toestemming gegeven mijn foto en verhaal te gebruiken in een promotiecampagne om verhalen te verzamelen.

In de discussies kom ik langzaam los. Zoals zo vaak als ik mag werken verdwijnt de depressie naar de achtergrond. Ik kom steeds beter uit mijn woorden en zeg af en toe iets zinnigs. De ochtendvoorzitter is statisticus en tovert steeds mooiere grafiekjes, tabelletjes en overzichten uit, regelmatig vergetend dat de meneer naast mij slechtziend is. Ik kijk er verliefd naar. De epidemioloog in mij geniet. Bovendien: geef mij een onderwerp dat mij interesseert en ik kan blijkbaar zelfs knetterdepressief spontaan een presentatie voor een groepgeven. Ik voel mij als een vis in het water. Ik voel me gewaardeerd en gerespecteerd. Geen depressie die dat te niet kan doen.

Tijdens de lunch verstop ik mij in een hoekje. De zaal is groot en meerdere groepen lunchen tegelijkertijd. De koffie-automaat, het toilet en de zaal waar het middagprogramma begint zijn lastig te vinden. Ik wil huilen, maar ik kan de tranen ook niet vinden. Achter een rolstoel aan lopend kom ik in een zaal met ICT-ers terecht. Die zijn blijkbaar inclusief, zo met hun rolstoeler. Beschaamd draai ik om, pluk mijn slechtziende collega uit een zaal met Renaultdealers en loop naar onze Ieder(in) zaal. We luisteren naar de presentatie en gaan uiteen in diverse groepen. Ik sluit aan bij de kleinste groep omdat ik overal wel een mening over heb.

We hebben een mooie discussie hoe toegang tot meer acceptatie en begrip leidt en hoe meer acceptatie en begrip tot meer toegangen leiden. Het makt dus niet uit bij welke je start. De voorzitter van de commissie van het college voor de rechten van de mens noteert driftig. Ik neem van de discussie naar huis dat als het over inclusie gaat het niet het probleem moet zijn van degene met de handicap, maar van de maatschappij. Het moet de norm zijn om een rijplaat voor rolstoelers de maken, het moet niet het probleem van de rolstoeler zijn om een rijplaat te moeten regelen. De discussie wordt breder getrokken. Utrecht Centraal zou ook goed te behappen moeten zijn voor mensen die door overprikkeling het overzicht verliezen. Dit zou niet het probleem mogen zijn voor de prikkelgevoelige of moeilijk overzicht kunnen houdende mensen, zoals doven, slechtzienden, autisten of -vul ik aan- Lonneketjes.

Het was voor mij een verreikende dag. Het was zinnig dat ik mijn beperkingen overwon en naar Utrecht ben gekomen. Ik heb mooie en nieuwe inzichten waar ik hopelijk weer even op kan teren. Mijn ego is gestreeld door de foto, het geven van de presentatie en mensen die mij het gevoel gaven me serieus te nemen.

Als ik vervroegd afscheid neem zegt de voorzitster dat ze heel blij was dat ik er was, dat ik wederom veel heb bijgedragen en ze benoemt de quotes, die ik in de trein las, als de mijne.

In de trein zoek ik afleiding op Facebook. Ik heb gisteren een vraag gesteld over een prikkelarm deel tijdens de grote drie oktoberkermis. Iemand had mij twee weken geleden lekker gemaakt, maar uit een reactie van een raadslid gisteren begreep ik dat dit de nolstalgische kermis betrof en op de grote kermis door de horeaca niet te realiseren bleek. Ik lees de nieuwe reacties en besef dat er nog veel om voor te strijden is.

“3 oktober is per definitie niet prikkelarm. Water is nat, eifeltoren ishoog, Rutte liegt. Het is nou eenmaal niet anders.”
“Met alle respect, maar een kermis zonder geluid en licht is geen kermis.”

De ergste reacties zijn inmiddels verwijderd en kon ik dus niet quoten.
Er waren trouwens ook overwegend echt ontzettend veel fijne, opbouwende, helpende reacties, dus we hebben al heel hard gewerkt.

Update: het bericht en reacties waar dit blog over gaat zijn inmiddels door het beheer van de Facebook-pagina over Leiden verwijderd. Het eerste bericht met alleen de vraag over een prikkelarme 3 october is was eerder al verwijderd.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.